Ben ik wel een echte eindredacteur?

Afgelopen zomer en najaar heb ik hard gewerkt aan de eindredactie van ‘Niet zonder elkaar – bloemen en insecten’. Taalwerk dus, maar voor mij als bioloog was het een hernieuwde kennismaking met de bloembiologie: dubbel plezier kortom. Ik genoot van de verhalen over de soms bizarre relaties die bloemen en insecten in de loop van de evolutie zijn aangegaan. Verleiding, bedrog, oplichterij, vleselijke liefde, dood – het boek staat er vol mee.

Eigenlijk is eindredactie van een boek onbegonnen werk. Natuurlijk, je doet je best. Je let op formuleringen, stijl, spelling. Telkens blijkt dat je niet kunt bouwen op de vastgestelde of voorgestelde regels van de Taalunie of Onze Taal. Vroeg of laat moet je zelf beslissingen nemen. Dus je ontwikkelt regels, bijvoorbeeld voor het gebruik van getallen, rangtelwoorden, vaktermen, wetenschappelijke namen. Maar hoe je ook je best doet, er blijft een grijs gebied. Of je vergeet wat je eigen regel was. Dan brengt de zoekfunctie van Word of Acrobat redding, want je kunt je eerdere beslissingen altijd vlot nazoeken. Geregeld voer ik checks uit in de tekst die ik al af had, omdat ik een regel bijstel. Meestal vind ik eindredactie leuk: het is ambachtelijk taalwerk, het scherpt je blik. Maar op den duur gaat het steeds minder makkelijk, en is het heel fijn als het klaar is.

Eindredacteur én bioloog

Dat is de taalkant. Maar ik ben ook nog bioloog. Dus ik lees en ik denk: wat staat er eigenlijk? Klopt dit wel? Voor ik de auteur bel of mail, probeer ik eerst zelf uit te vinden hoe het zit, dank u Google. Vaak lukt dat heel aardig, van de 10 kwesties kan ik er meestal 8 zelf oplossen. Wel markeer ik de betreffende passages meestal voor de auteur, zodat hij weet dat hij even moet opletten.

rapunzelNeem bijvoorbeeld de bloei van de zwartblauwe rapunzel, Phyteuma spicatum subsp.nigrum (de conventie in de biologie is: wetenschappelijke namen cursief, maar de afkorting voor subspecies (= ondersoort) niet-cursief!). Dat is een ingewikkeld verhaal met een hoofdrol voor korte meeldraden, lange doorgroeiende stijlen en hommelwerksters met een korte tong. Ik verdiep mij er werkelijk in, correspondeer erover en sluit de kwestie op een gegeven moment af. Dat laatste valt niet mee. Research leidt altijd weer tot nieuwe vragen, en het is juist de kunst om nieuwe vragen te vermijden. De uiteindelijke tekst moet geen vragen oproepen.

Liefhebber

Soms denk ik wel eens: ben ik wel een echte eindredacteur? Moet ik me niet bij de taaltechnische kant houden? Aan de andere kant ken ik mezelf: ook als ik teksten redigeer waar ik geen biologen-affiniteit mee heb, ga ik me op een gegeven moment interesseren voor de inhoud, en komen er vragen in mij op over dit of dat. Je wilt een boek beter maken, en dan kun je (kan ik) niet louter technisch te werk gaan. Dus ik duik in het verhaal, en langzaam word ik een liefhebber. Ik ga googlen, en corresponderen met de auteur. Het leuke is: je komt ‘van opzij’ de wereld van die zeer deskundige auteur binnen, en binnen de kortste keren praat je over de inhoud alsof je zelf deskundig bent.

Maar dat is maar schijn: dat ben je maar even. De hoofdlijnen, dat gaat nog wel – maar de zwartblauwe rapunzels, die vergeet ik eigenlijk razendsnel weer. Misschien ligt het aan het digitale lezen dat eindredactie tegenwoordig grotendeels is. Ik heb ‘Niet zonder elkaar’ nu al zo’n drie keer gelezen. Als het uitkomt, ga ik het maar eens ‘echt’ lezen. Gewoon, met het boek op schoot.

PS ik deed de eindredactie samen met Anneke Brouwer. ‘Niet zonder elkaar’ is hier te bestellen, hier zijn previews van hoofdstukken te zien.

Categorie: Natuur, Taal

Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *